Documenten

APG-vergunning

De APG-vergunning (vergunning voor apotheekhoudende huisartsen) is gebaseerd op de Geneesmiddelenwet.

Uitgangspunt van de Geneesmiddelenwet (Gnw) is dat geneesmiddelen ter hand gesteld worden door apothekers. Voor gebieden waarin geen apotheker is gevestigd kan een huisarts geneesmiddelen ter hand stellen aan zijn patiënten als hij daarvoor vergunning heeft van de minister van VWS. Deze vergunning is geregeld in artikel 61, tiende tot en met veertiende lid, van de Gnw.

Afstandscriterium

Voor de APG-vergunning geldt het volgende afstandscriterium: Er wordt in elk geval een vergunning verleend als de afstand, gemeten over de voor het gemotoriseerde verkeer bestemde weg, tussen de voordeur van de meest dicht bij dat gebied gevestigde apotheek en de voordeur van de woning van de in dat gebied meest dicht bij die apotheek wonende potentiële patiënt (hierna verkort weergegeven als: de desbetreffende afstand), ten minste 4,5 kilometer bedraagt.

Is de desbetreffende afstand meer dan 3,5 km maar minder dan 4,5 km? Dan wordt een vergunning verleend als dit in het belang is van de geneesmiddelenvoorziening. Voor de beantwoording van de vraag of het verlenen van de vergunning in het belang is van de geneesmiddelenvoorziening kijken wij naar alle apotheken die meer dan 3,5 km maar minder dan 4,5 km liggen van het aangevraagde gebied.

Per deelgebied/woonkern wordt bepaald of vergunningverlening in het belang van de geneesmiddelenvoorziening is. Is het voor een of meer van de deelgebieden/woonkernen niet in het belang van de geneesmiddelenvoorziening (de bereikbaarheid van het openbaar vervoer naar de apotheek is voldoende en de desbetreffende apotheek heeft een bezorgdienst die voldoet aan onze criteria) dan wordt de aanvraag geheel afgewezen.

Indien het voor álle deelgebieden/woonkernen in het belang van de geneesmiddelenvoorziening is dan wordt de aanvraag geheel toegewezen.

Is de desbetreffende afstand 3,5 km of minder? Dan wordt er geen vergunning verleend.

Hoofd- en associatievergunning

Er zijn twee typen vergunningen:

Hoofdvergunning: Deze vergunning is geregeld in het 10e lid en wordt verleend aan degene die als eerste de praktijk vestigt of overneemt.

Associatievergunning: Deze vergunning is geregeld in het 11e lid en wordt verleend aan de huisarts die een praktijk deelt met een andere huisarts die een vergunning op grond van het 10e lid heeft.

Associé(e)s van een huisarts die al een hoofdvergunning heeft, kunnen een associatievergunning aanvragen. Bij een aanvraag van een associatievergunning stellen wij de belanghebbende apotheker(s) in de gelegenheid om daarop hun zienswijze te geven. Vervolgens wordt de hoofdvergunning (en dus niet de associatievergunning) getoetst aan het afstandscriterium. De toetsing van de hoofdvergunning is bepalend voor het besluit op de aanvraag van de associatievergunning:

  • Als uit de toetsing van de hoofdvergunning blijkt dat die nog steeds geheel voldoet aan de wettelijke criteria, blijft die geheel in stand en wordt de associatievergunning verleend voor het gebied van de hoofdvergunning (tenzij voor de associatievergunning een kleiner gebied is aangevraagd; dan wordt het verleend voor dat kleinere gebied).
  • Als uit de toetsing van de hoofdvergunning blijkt dat die in het geheel niet meer voldoet aan de wettelijke criteria, worden er een voornemen tot intrekking gestuurd van de hoofdvergunning en een voornemen tot afwijzing van de associatievergunning.

Aanvraag

U kunt het aanvraag- en wijzigingsformulier vergunning apotheekhoudende huisartsen hier downloaden, invullen, voor uw eigen administratie opslaan en printen. Stuur dit ingevulde formulier vervolgens met de gevraagde bijlagen op naar:

Farmatec
Postbus 3178
6401 DR  HEERLEN

Procedure

Als de aanvraag compleet is, krijgt u een ontvangstbevestiging. Als de aanvraag incompleet is, krijgt u een verzoek om die binnen zes weken te completeren. Nadat de aanvraag in behandeling is genomen worden de apothekers die werken in een apotheek die meer dan 3,5 km maar minder dan 4,5 km liggen van het aangevraagde gebied geïnformeerd over de aanvraag. Zij kunnen dan hun zienswijze geven.

Farmatec neemt, met inachtneming van de eventuele zienswijzen, namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een besluit op de aanvraag. Aanvragen van associatievergunningen worden getoetst aan de hoofdvergunning. Voor een aanvraag tot wijziging van de vergunning geldt in beginsel dezelfde procedure.

Beslistermijn

De Geneesmiddelenwet noemt zelf geen beslistermijn voor de afhandeling van aanvragen van APG-vergunningen voor huisartsen. Zowel voor nieuwe als voor wijzigingsaanvragen is de beslistermijn daarom de redelijke termijn, bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Farmatec stelt dat deze termijn in beginsel 120 dagen is. Het gaat daarbij uiteraard om de netto-behandeltijd: de beslistermijn wordt opgeschort als Farmatec door een oorzaak die voor rekening komt van de aanvrager niet verder kan met de behandeling van de aanvraag. De beslistermijn gaat weer lopen zodra Farmatec verder kan met de behandeling van de aanvraag. Als Farmatec de beslistermijn niet haalt, krijgt de aanvrager daarover een brief.

Wat is de verleningsduur van de vergunning?

De APG-vergunning wordt in beginsel verleend voor onbepaalde tijd. De associatievergunning is gekoppeld aan de hoofdvergunning en vervalt van rechtswege op het moment waarop de hoofdvergunning vervalt of wordt ingetrokken. De hoofdvergunning vervalt van rechtswege als de vergunninghouder stopt met de uitoefening van de geneeskundige praktijk of als hij/zij niet meer staat ingeschreven in het BIG-register als huisarts. Als een associé(e) de apotheek wil voortzetten, moet deze een hoofdvergunning aanvragen.

Kosten

Er zijn geen kosten verbonden aan het aanvragen, wijzigen of intrekken van een APG-vergunning.

Intrekking APG-vergunning op verzoek van apotheker

Belanghebbende apothekers kunnen een aanvraag tot intrekking van de APG-vergunning indienen als zij vinden dat de grond voor de verlening van de vergunning is vervallen:

  • bij een afstand van meer dan 3,5 km en minder dan 4,5 km geen sprake meer is van bijzondere omstandigheden die een APG-vergunning nodig maken. Dat kan zijn omdat er voldoende openbaar vervoer is en de apotheek in kwestie een dagelijkse bezorgdienst heeft opgericht voor alle inwoners van het desbetreffende deelgebied.

Als Farmatec het daarmee eens is, krijgt de apotheekhoudend huisarts een voornemen tot intrekking van de vergunning. De huisarts kan daarop zijn of haar zienswijze geven. Farmatec beslist vervolgens namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport met inachtneming van de zienswijze. De beslistermijn is ook bij de intrekkingsaanvraag in beginsel vastgesteld op 120 dagen.

Wettelijk kader

De APG-vergunning voor huisartsen is geregeld in artikel 61, tiende tot en met veertiende lid, van de Geneesmiddelenwet.